Juryrapport 2004

In totaal zijn tweeënzestig dichtbundels ingezonden van dichters die in 2002 of 2003 debuteerden of een tweede bundel publiceerden. Vierenveertig van die bundels werden door een man geschreven, achttien zijn van vrouwelijke hand. De poëtische kwaliteit liep uiteen, maar zeker een derde van wat ter tafel kwam vroeg serieuze aandacht van de jury. Bij herlezing werd de stapel dunner, maar een tiental bundels toonde in tweede of derde instantie hun blijvende kracht. Uit dat tiental kozen we vier bundels die voor de Jo Peters PoëziePrijs in aanmerking zouden kunnen komen.

Dat viertal werd in januari van dit jaar genomineerd. ‘Twee zonnen’ van Maria Barnas ervoer de jury als een bewonderenswaardig voorbeeld van introverte, behoedzaam maar raak geformuleerde verkenningen. ‘Dat het zo hoorde’ van Tsjead Bruinja bestrijkt de andere kant van het spectrum in zeer extraverte stijloefeningen. In ‘Koffers zeelucht’ bespeelt Hagar Peeters lichtvoetig het taalklavier van de liefde. En in ‘Kop van het hoofd’ toont Peer Wittenbols de kracht van de theatrale toonzetting.Elk van dit viertal was een serieuze kanshebber, maar de spelregels zijn helder. Er moesten er dus drie afvallen. Dat proces is niet zonder discussie verlopen, maar uiteindelijk waren de juryleden unaniem in het eindoordeel. De winnende bundel is geen debuut, maar een tweede publicatie. Die geldt doorgaans als lakmoesproef, en die proef is hier alleszins geslaagd. Vredig kun je de poëzie van de winnaar niet noemen. De dichter zet niets en niemand ontziend, en dus ook zichzelf niet sparend, het leven neer. Maar er is humor als contratoon. De formulering is speels en uitdagend, maar wel met de tong in de wang. Leven lijkt voor deze dichter bovenal liefde, in al haar gedaantes: liefde die ontbrak, gedroomde liefde, verlangen naar liefde, onontkoombare liefde, kattenliefde, kortstondige liefde. Eentonigheid is ver te zoeken, ook omdat alle mogelijke stijlregisters zijn beproefd. Er zijn volstrekt lyrische, soms droevig gelaten, soms uitbundig gestemde liefdesverzen, maar ook kwetterende dialogen, profane jubelzangen en heuse lamento’s. Op een quasi-simpele praattoon komen alle tinten van het leven aan bod. Quasi, want bij herhaalde lezing valt op hoe beheerst de stijl en poëtische kunstgrepen zijn. De regelval lijkt vanzelfsprekend, maar is doelbewust; de taal lijkt alledaags, maar de woorden zijn zorgvuldig op hun plek gezet. Ook bij herhaling wordt er niet tweemaal hetzelfde gezegd, en rijm is een middel tot ontspanning, dus liever binnenrijm dan eindrijm. De bundel is bovendien strak gecomponeerd.

Het wordt tijd om de dichter en haar bundel te noemen. De Jo Peters PoëziePrijs 2004 gaat naar Hagar Peeters voor ‘Koffers zeelucht’.

De genomineerden

  • Maria Barnas Twee zonnen (Uitg. De Arbeiderspers)
  • Tsead Bruinja Dat het zo hoorde (Uitg. Contact)
  • Hagar Peeters Koffers zeelucht (Uitg. De Bezige Bij)
  • Peer Wittenbols Kop van het hoofd (Uitg. De Arbeiderspers)
  • De jury

    • Frans Budé
    • Arie van den Berg
    • Hester Knibbe