Juryrapport 2008

Weinig baantjes zijn benijdenswaardiger dan het lidmaatschap van de jury voor de Jo Peters PoëziePrijs 2008. Alles eraan was plezierig, om te beginnen het niveau van de ingezonden bundels. Natuurlijk zaten er bundels bij die de jury onder het gewenste niveau vond. Maar uiteindelijk lag er een mooie stapel op tafel om het eens diepgaand over te hebben en het is met spijt in het hart dat de jury afscheid nam van sommige bundels.

Het overmoedige woord ‘longlist’ viel zelfs, maar de jury voelde wel dat zij zich belachelijk zou maken als ze niet in staat zou blijken om bij een prijs voor eerste en tweede bundels gewoon met een klein lijstje genomineerden voor de dag te komen. Na veel vruchtbaar bladeren en voorlezen, afwegen, juichen en mopperen heeft de jury tot de volgende vier nominaties besloten: Edwin Fagel met Uw afwezigheid, Micha Hamel met Luchtwortels, Ruth Lasters met Vouwplannen en Esther Naomi Perquin met Servetten halfstok.

De jury is van mening dat deze selectie elke poëzieliefhebber tot vreugde zou moeten inspireren: mooie, stevige poëzie van jonge dichters, die verschillende aspecten van het poëtische spectrum bestrijken.

Neem nu Edwin Fagel. Een jonge dichter die in zijn gedichten op onnadrukkelijke manier blijk geeft van belezenheid en kennis van de poëtische traditie, zodat de lezer die de verwijzingen herkent zich op een aangename manier thuis kan voelen in de wereld van deze dichtkunst. Fagel plaatst zichzelf met zijn welgevormde gedichten in de poëtische traditie en verleidt ons met regels als: ,,laat mij/ maar bij alles horen als de ene motorrijder bij de andere”, met de lichte praattoon van zijn gedichten, zijn humor die niet in de valkuil van de ironie valt en vooral de wonderschone gebeden in de laatste afdeling, gericht tot een goddelijke gestalte die niet bepaald samenvalt met de beelden zoals we die kennen.

Of kijk naar de gedichten van Micha Hamel. Wat je te zien krijgt, nog voor je iets gelezen hebt, is al opmerkelijk: sommige brede bladzijden staan helemaal vol tekst, doorspekt met witregels en cursieve gedeelten, andere gedichten zijn zo slank als een sliert spaghetti. Ook de taalregisters die hij bespeelt zijn heel divers: van liedjesachtige herhalingen tot hip, modern geklets, van vragen en antwoorden als: ,,Wat is een mens. Een bioding/ dat denkt” tot keurig rijmende vierregelige strofen. Deze dichter heeft commentaar op de wereld en niet zo’n beetje ook en dat kan de wereld van hem in allerlei vormen te horen krijgen.

Ruth Lasters’ bundel heet ‘Vouwplannen’ en dat woord ‘plannen’ is iets om te onthouden voor wie haar bundel binnen gaat. Ze maakt erg veel plannen, en ze zoekt ook graag naar het grondplan van de dingen. Om te kijken hoe de wereld in elkaar zit, stelt ze zich van alles voor; hoe het zou zijn als iedereen een woord beheerde, wat ze zou doen als ze een weg was (stakingsrecht eisen), wat je zou doen met de ruimte als je kieren zou sparen. Ze geeft de lezer gedurig opdrachten om zijn eigen voorstellingsvermogen in werking te zetten: ,,Ga voor een winkelrek met garen staan en beeld je in”, in regels van verschillende lengte en onregelmatige strofen.

Al even verbeeldingsrijk is Ester Naomi Perquin die haar taal en verbeelding inzet om te laten zien dat we veel van onszelf en de wereld niet kennen, slechts vermoeden en zeker niet begrijpen. Haar gedichten zijn licht en elegant, glashelder en allesbehalve oppervlakkig, hoe schitterend gepolijst de buitenkanten ook zijn, met hun subtiele alliteraties, en verrassende slotregels. Zij lijkt de techniek in haar eerste bundel al zo goed te beheersen dat ze ermee kan spelen en elke inhoud dankzij de vorm tot zijn recht kan laten komen. Zonnende meisjes die het grommen van de jongens ‘op onverbiddelijke brommers’ dichterbij horen komen, rouwenden tijdens een kerkdienst, de conceptie van een kind, het hele leven blijkt in deze bundel te passen.

Dit zijn dus vier erg mooie bundels, en het viel niet makkelijk er daar een uit te kiezen. Toch is dat gebeurd: Edwin Fagels bundel Uw afwezigheid wordt bekroond met de Jo Peters PoëziePrijs 2008. Vanwege de trefzekere toon die subtiele gemoedsbewegingen niet uit de weg gaat, vanwege zijn inzicht in de werking van poëzie, zijn speelse omgang met de traditie en zijn gedurfde helderheid. ,,Nu is er geweest,” schrijft hij ,,kijk maar, de taalfabriek heeft/ er een gedicht van gemaakt.”

Wij feliciteren Edwin Fagel met de producten van zijn taalfabriek.

De jury

  • Tsead Bruinja
  • Marja Pruis
  • Wim van der Tol
  • Marjoleine de Vos